Bekijk

11 juli 2022

bouwterrein waar opzichter aanwijzingen geeft meerwerk hoge raad pharos advocaten

In zijn arrest van 1 juli 2022 maakt de Hoge Raad duidelijk hoever de waarschuwingsplicht van de aannemer gaat bij meerwerk.  

Regels over meerwerk – wet, UAV en UAV-GC

Voordat we dit oordeel bespreken, nog kort het volgende over de relevante regelgeving.

In art. 7:755 BW is opgenomen dat de aannemer in verband met een door de opdrachtgever gewenste toevoeging of verandering in het overeengekomen werk een verhoging van de prijs kan vorderen wanneer de aannemer (1) de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging, tenzij (2) de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen.

Een vergelijkbare regeling is opgenomen in par. 36 lid 1a UAV 2012.

De UAV-GC geeft op het eerste gezicht een afwijkende regel. Op basis van par. 14 UAV-GC kan meerwerk alleen worden opgedragen via een Wijziging. In de praktijk ziet men echter dat ook bij  UAV-GC contracten art. 7:755 BW wordt toegepast, zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van Arbitrage van 7 juli 2015.    

Uiteindelijk zal het dus, ook als de UAV of UAV-GC van toepassing zijn verklaard, neerkomen op de regeling van art. 7:755 BW. Bij de uitleg van dit wetsartikel waren tot voor kort twee stromingen:

  • (scheids)rechters die meenden dat meerwerk betaald moest worden indien de aannemer de opdrachtgever (enkel) had gewaarschuwd voor de verhoging van de prijs, althans de opdrachtgever de noodzaak uit zichzelf had behoren te begrijpen, zie bijvoorbeeld het arrest van het Hof ’s-Hertogenbosch van 6 september 2011 en de uitspraak van de Raad van Arbitrage van 14 juni 2012;
  • (scheids)rechters die meenden dat de aannemer voor een succesvolle meerwerkclaim ook een reëel inzicht had moeten geven in de omvang van de concreet te verwachten meerkosten, zie bijvoorbeeld de arresten van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 24 september 2013 en 24 januari 2012.

De Hoge Raad maakt in zijn arrest van 1 juli 2022 een duidelijke afslag:

  • wanneer de opdrachtgever de noodzaak van de prijsverhoging uit zichzelf had moeten begrijpen, dan is niet van belang of de opdrachtgever (door de aannemer) inzicht was geboden in de omvang van de prijsverhoging;
  • het is aan de opdrachtgever om – nadat hij op de noodzaak van de prijsverhoging is gewezen of deze heeft begrepen – desgewenst met de aannemer in gesprek te gaan over de omvang van de prijsverhoging en vervolgens te beslissen of hij de gewenste toevoegingen of veranderingen wil opdragen;
  • indien het bedrag van de verhoging bij een toevoeging of verandering in het overeengekomen werk niet is bepaald of daarvoor slechts een richtprijs is bepaald, is de opdrachtgever hiervoor een redelijke prijs verschuldigd. Dit volgt uit de eerste zin van 7:752 lid 1 BW.

De uitspraak lijkt per saldo in het voordeel van de aannemer. De aannemer hoeft immers geen concreet inzicht in de prijsverhoging te bieden op het moment dat de opdrachtgever dient te begrijpen dat het meerwerk tot een prijsverhoging zal leiden.

NB Noodzakelijk meerwerk

De Hoge Raad heeft zich in dit arrest niet met zoveel woorden uitgelaten over ‘noodzakelijk’ meerwerk, een extra categorie die de Raad van Arbitrage ziet. Uit diverse uitspraken van de Raad van Arbitrage volgt dat in het geval van noodzakelijk meerwerk (bijvoorbeeld constructieve aanpassingen om instorting te voorkomen) ook zonder meerwerkopdracht of waarschuwing een recht op (kosten)vergoeding bestaat, zie bijvoorbeeld de uitspraken van 22 maart 2016, 3 maart 2016 en 17 september 2015.

Heeft u vragen over deze blog, dan kunt u contact opnemen met Jan Hein Meerburg of Ellis Cuijpers.

bouwterrein waar opzichter aanwijzingen geeft meerwerk hoge raad pharos advocaten

Jan Hein Meerburg